Bestuur en organisatieOntwikkeling

Het cluster Ontwikkeling werkt aan het ontwikkelen en verbeteren van de openbaar vervoerdiensten en dienstregeling. Dit doet zij op basis van het openbaar vervoerbeleid van de provincies Groningen en Drenthe en Gemeente Groningen. Jaarlijks wordt in samenspraak met vervoerders, gemeenten en instellingen voorstellen voor de dienstregeling van het komende jaar ontworpen. De aansluiting op nationale en regionale trein is een belangrijk aspect. Met provincie en Rijk vindt overleg plaats over goede aansluitingen voor reizigers. Met ProRail en provincies gaat het dan over aanpassingen aan het spoornetwerk en de gevolgen hiervan voor de bus.

Een belangrijke taak is ook het stimuleren van het gebruik van de bus, vooral bij het woon-werkverkeer. De formules van Q-link en de Qliner worden verder doorontwikkeld, zodat deze nog beter aansluiten bij de behoefte van de forensen en de bus een aantrekkelijk alternatief blijft of wordt voor de auto.

Om de kwaliteit - snelheid en betrouwbaarheid - van openbaar vervoer te verbeteren en de exploitatie te optimaliseren, werkt het OV-bureau samen met wegbeheerders aan voor reizigers optimale OV-infrastructuur. Hierbij is het doel een fysiek ongehinderde reis, kwalitatief hoogwaardige op- en overstappunten en een ongehinderd doorstromende (OV-)infrastructuur. Er is ook ruime aandacht voor de bereikbaarheid van nieuwe voorzieningen, zoals scholen, ziekenhuizen en asielzoekerscentra.

Reisinformatie

Samen met andere partijen, zoals gemeenten en vervoerders werkt het cluster mee aan de ontwikkeling en toepassing van moderne vormen van reizigersinformatie, zoals:

  • (toegankelijke) statische reizigersinformatie;
  • dynamische halte-informatie (DRIS);
  • informatie over verbindingen via mobiele telefoon, pda en (mobiel)internet;
  • reizigersinformatie bij (snel)wegen.

OV-netwerk

De vervoerkundige basis van het OV in Groningen en Drenthe is het OV-netwerk. Deze kent zijn grondslag  in de omgevingsvisies van de provincies Groningen en Drenthe. Dit OV-netwerk is opgebouwd uit drie soorten met elkaar samenhangende en elkaar aanvullende typen openbaar (bus)vervoer en een geheel van bijbehorende fysieke infrastructuur.

HOV-netwerk

Hoogwaardig openbaar vervoer (HOV) biedt ongehinderd een met de auto concurrerende reistijd vanaf de herkomst of vanaf transferlocaties in de reisketen (transferia, P+R). Een gebiedsdekkend basisnet verbindt en ontsluit grofmazig grotere dorpen en steden. Productformules Qliners en Q-link vormen samen met het spoornetwerk in Noord-Nederland (nationaal, regionaal) een hoogwaardig OV-network vormt.

Het HOV heeft zodanige productkenmerken dat dit vervoer een serieus alternatief is voor veel autoritten. Hier hoort een kwaliteitsniveau bij dat ook ruimtelijk structurerend werkt. Dit wordt zichtbaar in langjarig vastliggende routes (denk aan 20 jaar), hoogwaardig materieel, hoge frequentie, gegarandeerde doorstroming, actuele en dynamische reisinformatie, bijpassende halte-uitstraling etc. Het busgedeelte van het HOV-netwerk (pdf, 93 kB) is vooral gericht op de stad Groningen en op de verbinding van Groningen met de andere grotere kernen in het gebied. Daarmee bedient het een beoogde reizigersgroeimarkt. Van de vervoerders wordt een zeer hoge uitvoeringskwaliteit verwacht, conform de concessie-eisen.

HOV gestileerd_RGB_MRT 2017_v7_tm 2 sept

Basisnet

Streeklijnen en stadsbussen vormen samen met het HOV-net een basisnet voor het hele gebied. Bij de vormgeving van de specifieke basislijnen zijn de bestaande ruimtelijke inrichting en de vervoervraag in het gebied richtinggevend. Qua toekomstvastheid vormen de omgevingsvisies van Groningen en Drenthe de basis voor de basisnetverbindingen in het gebied, die in de komende 10 jaar structureel worden bediend, zonder overigens dat de exacte routes zijn vastgelegd, zoals in het HOV-net. In frequentie/capaciteitszin zijn de betreffende buslijndiensten vraagvolgend. Van de vervoerder wordt een hoge uitvoeringskwaliteit verwacht, conform de concessie-eisen.

Aanvullend openbaar vervoer

Een deel van het openbaar vervoer is gericht op het bedienen van een restvraag, voor wie geen alternatief heeft. Kleinschalig (openbaar) vervoer sluit aan op het regulier openbaar vervoer op belangrijke haltes en knooppunten.Vormgeving, frequentie, capaciteit en ontwerpkwaliteit zijn hierop aangepast. Denk hierbij aan Buurtbus, Lijnbelbus en Regiotaxi.